77e zitting van de Noordse Raad, 28-30 oktober 2025

Van 28 tot 30 oktober 2025 namen Pim van Ballekom, ondervoorzitter van het Benelux Parlement, deel aan de 77e zitting van de Noordse Raad “De Noordse landen samen – het Noordse voordeel en eenheid in moeilijke tijden” in Stockholm, Zweden.

De zitting van de Noordse Raad toonde eens te meer aan hoe Noordse parlementariërs een open dialoog kunnen aangaan met regeringsleiders en gezamenlijke uitdagingen kunnen bespreken over partijgrenzen en landsgrenzen heen – een duidelijke uiting van de kracht van de democratie.

Tijdens de discussies kwam een breed scala aan onderwerpen aan bod, met de nadruk op Noordse samenwerking op gebieden als veiligheid, maatschappelijke paraatheid, vrijheid van meningsuiting, versterking van de democratie en bevordering van de groene transitie, evenals een mogelijke herziening van het Verdrag van Helsinki.

De parlementariërs kregen ook de gelegenheid om de toespraak van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, aan te horen. Zij benadrukte dat duurzame vrede afhankelijk is van een sterk en onafhankelijk Oekraïne en dat Europa Oekraïne zal blijven steunen zolang dat nodig is: “Als we duurzame vrede op ons continent willen, moet Europa in staat zijn om elke toekomstige Russische agressie af te schrikken”. Zij benadrukte ook de rol van de Noordse regio als drijvende kracht achter paraatheid en maatschappelijke veiligheid.

Het Benelux-parlement nam ook deel aan het presidium van de Noordse Raad en het seminar voor internationale gasten van de voorzitters van de commissies, getiteld “Noord-Europa in de nieuwe geopolitieke context van Europa en zijn betrekkingen met de VS”. Tijdens het seminar benadrukten de deelnemers dat de strijd voor vrijheid in de harten en geesten van de burgers leeft en dat Europa, als leider van de vrije wereld, standvastig en veerkrachtig moet blijven bij elke uitdaging.

Pim van Ballekom benadrukte tijdens de sessie dat de huidige geopolitieke realiteit ons dwingt om de hele veiligheidsarchitectuur van Europa kritisch te herzien en ons te concentreren op gemeenschappelijke defensie. Een veilig Europa betekent dat onze staten samenwerken om een Europese defensie-industrie te ontwikkelen en dat we investeren in een versterkte Europese veiligheidsindustrie.

Grensoverschrijdende toeleveringsketens en gespecialiseerde onderzoekscentra zijn essentieel om strategische autonomie op het gebied van gezamenlijke defensiecapaciteiten te behouden. Binnen de Benelux en de Europese Unie kunnen we een gemeenschappelijke defensiemarkt tot stand brengen waartoe onze kleine en middelgrote ondernemingen eerlijke toegang hebben. De premiers hebben ook hun voornemen uitgesproken om gezamenlijk meer militair materieel en andere defensiemiddelen aan te schaffen en te ontwikkelen. De landen delen al relevante expertise op het gebied van ontmijning. De legers houden gezamenlijke trainingsoefeningen en werken samen op het gebied van cyberveiligheid.

Nu de maritieme veiligheid in de Noordzeelanden onder druk staat door de schaduwvloot van Rusland, is het van cruciaal belang om kritieke maritieme infrastructuur te beschermen tegen externe bedreigingen door middel van regionale defensiesamenwerking.

Paraatheid voor hybride en grijze zone-aanvallen vanuit Rusland moet worden verankerd in onze strategische cultuur. Dit sluit aan bij de Europese ambitie om de Europese pijler binnen de NAVO te versterken en tegelijkertijd een grotere strategische autonomie op defensiegebied te ontwikkelen, zodat we minder afhankelijk worden van de VS en de geopolitieke stabiliteit op lange termijn kunnen waarborgen.

Sterke regionale defensiesamenwerking binnen regionale machtsblokken – zoals de Benelux, de Noordse Raad en de Baltische staten – kan aanzienlijk bijdragen aan dit doel.